|
Bron: Ministerie
van Buitenlandse Zaken
| Oppervlakte |
92.082 km2 (2,2 x Nederland)
|
| Hoofdstad |
Lissabon (Lisboa) |
| Inwonertal |
10 miljoen (1999) |
| Bevolkingsdichtheid |
107 inwoners per km2 (1998) |
| Godsdienst |
Rooms-katholiek 97%; Protestant
1%; Overige 2% |
| Taal |
Portugees |
| Nationale feestdag(en) |
25 april, Dag van de Revolutie (1974) |
| Klimaat |
Gematigd maritiem klimaat in
het noorden, subtropisch klimaat in het zuiden; de Azoren worden
met enige regelmaat getroffen door aardbevingen.
|
Arbeidsmarkt
|
| Beroepsbevolking per sector |
Diensten (50,7%); industrie, mijnbouw en nutsbedrijven
(24,9%); agrarische sector (13,5%); bouw (10,9%) |
| Groeisectoren voor de arbeidsmarkt
|
Toerisme en overige diensten
(o.a. ICT en milieutechnologie |
| Werkloosheid |
4,4% (1999); 5,0% (1998) |
Portugal in vogelvlucht
Geschiedenis
Staatsinrichting
Binnenlandse politiek
Mensenrechten
Sociale situatie
Economische situatie
Buitenlands beleid
en veiligheidsbeleid
Betrekkingen met Nederland
Geschiedenis
Rond 1250 was het gebied van het huidige Portugal heroverd op de
Moren. Daarna zochten de Portugezen (maritieme) expansie van hun
gebied buiten het Iberisch schiereiland. De veroveringstochten en
de overzeese handel, met name de aanvoer van specerijen, legden
de basis voor de grote welvaart in de zestiende eeuw: de Gouden
Eeuw van Portugal.
In 1910 werd de republiek uitgeroepen, waarmee een eind kwam aan
de monarchie, die Portugal vanaf de 11e eeuw kende. De nieuwe republiek
maakte aanvankelijk een periode van politieke en economische instabiliteit
door tot in 1926 een staatsgreep werd gepleegd. Dit vormde het begin
van de lange periode van de "Estado Novo" (de nieuwe staat). In
1933 werd Portugal omgevormd tot een corporatieve staat die op dictatoriale
wijze werd geleid door achtereenvolgens, António de Oliveira
Salazar (tot 1968) en Marcello Caetano. Als gevolg van de economische
misère kwam in de jaren zestig een grote migratiestroom naar
Noordwest-Europa op gang. Hierdoor en door de lange oorlogen in
de overzeese koloniën nam de steun voor het regime (nog verder)
af. In 1974 werd het regime omvergeworpen door een geweldloze coup,
de zogenaamde Anjerrevolutie. Deze politieke omwenteling leidde
tot zowel een volledige dekolonisatie van de Afrikaanse koloniën
als tot interne democratisering.
De introductie van nieuwe grondwetten (1976 en 1982) markeerde vervolgens
de overgang naar een democratisch en civiel regeringssysteem. In
april 1976 werden, na zes voorlopige regeringen in twee jaar tijd
en een mislukte militaire staatsgreep in november 1975, parlementaire
verkiezingen gehouden, gevolgd door presidentsverkiezingen in juni
van dat jaar. Tot halverwege de jaren tachtig zou het land echter
worden gekenmerkt door politieke instabiliteit. In 1986 werd
President, generaal António Ramalho Eanes, na 10 jaar presidentschap,
opgevolgd door de socialistische oud-premierMário Soares.
Hij was de eerste democratisch gekozen, niet militaire,President
van Portugal sinds 60 jaar.
In datzelfde jaar werd Portugal lid van de Europese Gemeenschappen
(nu EU). Vanaf dat moment kwam Portugal zowel politiek als economisch
in rustiger vaarwater terecht. Na de presidentsverkiezingen van
januari 1996 werd Mário Soares opgevolgd door Jorge Sampaio,
die de verkiezingen nipt wist te winnen tegen de Sociaal-Democratische
kandidaat, ex-premier Cavaco da Silva.
Staatsinrichting
Portugal is een parlementaire democratie met een republikeinse staatsvorm.
De grondwet, daterende uit 1976, is enkele malen aangepast, zoals
in 1992 in verband met de ratificatie van het Verdrag van Maastricht
en in 1997 in verband met de invoering van referenda en in verband
met het verlenen van stemrecht bij presidentsverkiezingen aan Portugezen
in den vreemde.
De grondwet legt de wetgevende macht bij het Parlement dat uit één
kamer bestaat. De 230 leden worden om de vier jaar rechtstreeks
gekozen. De eerstvolgende parlementsverkiezingen zullen in oktober
2003 plaatsvinden. De uitvoerende macht berust bij de regering.
De President benoemt, op basis van de uitslag van de parlementsverkiezing,
de Premier die de regering samenstelt. De leden daarvan worden vervolgens
officieel benoemd door de President.
De President wordt rechtstreeks
gekozen voor een periode van vijf jaar en kan één
keer worden herkozen. De President heeft het recht vervroegde verkiezingen
uit te schrijven of een nieuwe Premier te benoemen mocht de regering
tussentijds aftreden. Voorts bekrachtigt hij aangenomen wetten en
andere parlementaire beslissingen, waarbij hij over een geclausuleerd
vetorecht beschikt. De president wordt in zijn werkzaamheden bijgestaan
door een Raad van State. Portugal heeft een sterk gecentraliseerd
bestuur. Het voornemen van Premier Guterres om een bestuurslaag
te plaatsen tussen de centrale regering en het gemeentelijke gezag
teneinde het bestuur dichter bij de burger te brengen, is na jarenlange
politieke strijd eind 1998 verworpen in een referendum. Madeira
en de Azoren zijn zelfstandige regio's, met een eigen regering en
parlement.
Binnenlandse
politiek
De socialistische minderheidsregering van Premier Guterres werd
in oktober 1999 herkozen. De Socialistische Partij kreeg 115 van
de in totaal 230 parlementszetels en komt derhalve één
zetel tekort voor een meerderheid. De belangrijkste oppositiepartij,
de conservatieve Sociaal Democratische Partij (PSD), kreeg 81 zetels.
De regering-Guterres-II zet het beleid uit de vorige regeerperiode
(1995-1999) in grote lijnen voort. Het beleid is voornamelijk gericht
op: het versterken van het democratische gehalte van de Portugese
politiek; het verhogen van de zorg voor de minder bedeelden; en
het vergroten van de aandacht voor onderwijs en gezondheidszorg.
De regering Guterres-II had problemen om haar begroting voor 2001
aangenomen te krijgen. De oppositie leek namelijk niet voornemens
de regering te steunen bij de aanvaarding van de begroting die de
minderheidsregering-Guterres niet op eigen kracht door het parlement
kon krijgen. In november 2000 werd de begroting uiteindelijk goedgekeurd
doordat een parlementariër behorende tot de oppositiepartij
CDS-PP (Katholieke Volkspartij) zich onthield van stemming. Alle
115 afgevaardigden van de Socialistische Partij stemden voor, terwijl
alle overige 114 parlementariërs van de oppositie tegenstemden.
De zittende President Jorge Sampaio werd 14 januari 2001 in de eerste
ronde van de presidentsverkiezingen voor een nieuwe ambtstermijn
herkozen. Hij behaalde 55,8% van de stemmen tegenover 34,5% voor
zijn belangrijkste tegenstander, de kandidaat van de rechtse oppositie,
Ferreira do Amaral. De opkomst was met 50,9% een historisch dieptepunt
sinds de Anjerrevolutie.
Mensenrechten
De burgerlijke en andere mensenrechten worden door de Portugese
regering gerespecteerd. Portugal is partij bij een groot aantal
verdragen op het gebied van de mensenrechten. De burgerlijke rechten
zijn opgenomen in de grondwet. In de grondwet wordt specifiek verwezen
naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het belangrijkste
probleem ten aanzien van de mensenrechten betreft de incidentele
mishandeling van gevangenen door de politie of gevangenispersoneel.
De omstandigheden in de gevangenissen zijn naar Nederlandse begrippen
matig. Een onafhankelijke Ombudsman is door het parlement ingesteld
om klachten te onderzoeken. Ook vormt geweld tegen vrouwen en kinderarbeid
een, zij het afnemend, probleem. De discriminatie van Roma-zigeuners
lijkt echter toe te nemen.
Sociale
situatie
Het welvaartsniveau van Portugal, gemeten in BBP, is sinds de toetreding
van het land tot de EU aanmerkelijk gestegen van 55% van het EU-gemiddelde
in 1986 tot DE huidige 75%. Portugal kent echter grote inkomensverschillen.
De omvang van de bevolking wordt sterk beïnvloedt door migratie.
In totaal wonen 4,5 miljoen Portugezen buiten Portugal (vgl. bevolkingsomvang
10 miljoen). De verbetering van de binnenlandse economische vooruitzichten
hebben er toe geleid dat er sinds enkele jaren weer sprake is van
netto immigratie. De natuurlijke bevolkingsaanwas blijft echter
zeer laag met 1,4 kind per vrouw. Hierdoor blijft het bevolkingsaantal
min of meer stabiel sinds het begin van de jaren negentig.
Hoewel de kwaliteit van het onderwijs de afgelopen jaren verbeterd
is, is het aantal leerlingen dat na de leerplichtige leeftijd van
14 jaar de opleiding afbreekt relatief hoog vergeleken met omringende
landen. De Portugese gezondheidszorg ligt eveneens beneden de standaard
die in de meeste West-Europese landen geldt. Een van de oorzaken
is het feit dat de financiering via het sociale zekerheidsstelsel
te beperkt is om grootschalige investeringen in nieuwe ziekenhuizen
en apparatuur te doen. De hoofdoorzaak van de problemen is echter
de chronische ineffectiviteit binnen de sector.
De OESO heeft in 1997 aangedrongen op de hervorming van het sociale
zekerheidssysteem om de financierbaarheid van het sociale stelsel
op langere termijn zeker te stellen.
Een aantal andere structurele problemen waarmee de regering heeft
te kampen betreft het lage opleidingsniveau, het toenemende alcohol-
en drugsprobleem en de toename van de misdaad, alhoewel dit laatste
probleem relatief is.
Economische
situatie
De structuur van de Portugese
economie wordt sterk bepaald door traditionele sectoren. Het belang
van de dienstensector en de industriële sector neemt
echter sterk toe, zowel in aandeel van het BBP als in de werkgelegenheid.
Het aandeel van de agrarische sector in het BBP neemt daarentegen
af. Het toerisme vormt een van de belangrijkste sectoren van de
Portugese economie. Daarnaast is de kleinschaligheid, zowel qua
bedrijfsomvang en â€"omzet als aantal werknemers, kenmerkend
voor de Portugese economie.
Portugal doorloopt, sinds
zijn toetreding tot de EG in 1986, een succesvolle economische herstructurering
en modernisering. Het convergentieproces met de andere Europese
lidstaten verliep spoedig. Het macro-economische beleid is de afgelopen
jaren volledig gericht geweest op kwalificatie voor de Europese
Monetaire Unie (EMU), met als resultaat dat het land behoort tot
de EMU-kopgroep.
Eind 2000 was de economische
groei al lager dan het EU-gemiddelde, hetgeen vooral te wijten was
aan achterblijvende arbeidsproductiviteit in combinatie met vrijwel
volledige werkgelegenheid. Daarnaast zijn de arbeidskosten de laatste
jaren meer gestegen dan in andere EU-landen en ook meer dan de arbeidsproductiviteit.
De regering zal de komende
jaren wederom fors moeten investeren in de modernisering van de
economie. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit is hierbij een
prioriteit. Een deel van de investeringen is afkomstig uit EU-fondsen.
In de periode 2000-2006 zal Portugal 25 miljard euro uit EU-fondsen
ontvangen. De vorige regering heeft het land in een slechte economische
positie achtergelaten. Het land beseft langzamerhand dat het levenspatroon
de afgelopen jaren gebaseerd is geweest op te optimistische perspectieven.
De regering Barroso heeft maatregelen afgekondigd.
Volgens de Centrale Bank
zal de Portugese economie in 2002 en 2003 met ca. 1% minder groeien
dan die van de Europese partners, zodat er niet langer sprake is
van convergentie, maar van divergentie. De regering zou anticyclisch
moeten optreden, maar heeft geen ruimte om aankopen en investeringen
te doen vanwege het feit dat het begrotingstekort fors afwijkt van
de verplichtingen aangegaan in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).
Recentelijk werd bekend dat Portugal in 2001 is uitgekomen op een
overheidstekort van 4,1% waarmee de SGP-norm van 3% is overschreden.
De Europese Commissie heeft aangekondigd op te treden tegen Portugal
door het doen van aanbevelingen. Het is voor het eerst dat de commissie
een dergelijke procedure tegen een lidstaat begint.
Het hoge tekort is met name
terug te brengen op het feit, dat Portugal er de laatste jaren niet
in is geslaagd de overheidsuitgaven te beteugelen. Deze waren in
2000 al opgelopen tot 44,5% van het BBP, voor 2003 wordt zelfs een
percentage van 46,3% BBP voorzien. Volgens het Stabiliteits- en
Groeipact dient de Portugese begroting in 2004 in evenwicht te zijn,
hetgeen gezien de recente ontwikkelingen geen gemakkelijke taak
zal zijn. De regering Barroso moet niet alleen het begrotingstekort
wegwerken, maar ook de economische convergentie met de andere Europese
landen weer op gang brengen. Minister van Economie, Carlos Tavares,
heeft intussen een programma gelanceerd voor de modernisering en
stimulering van de economie, dat eind 2002 grotendeels in werking
moet zijn getreden. Het effect hiervan op de economie valt nog af
te wachten.
Buitenlands
beleid en veiligheidsbeleid
Portugal kent traditionele een Atlantische gerichtheid. Het land
besteedt veel aandacht aan de betrekkingen met zijn partners binnen
de EU, de WEU en de NAVO. Daarnaast is Portugal lid van de OVSE,
waarvan het in 2002 voorzitter zal zijn, en was in de periode 1997-1998
niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad.
Portugal is een van de oprichters van de NAVO. De Atlantische gerichtheid
krijgt onder meer gestalte in de aan de VS ter beschikking gestelde
militaire bases op de Azoren. Portugal toont zich in de ontwikkeling
van het gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid
(EVDB) sterk voorstander van een nauwe band met de NAVO. Portugal
neemt deel in een tweetal NAVO-vredesoperaties, namelijk SFOR in
Bosnië-Herzegovina en KFOR in Kosovo. De betrokkenheid met
de laatste vredesoperatie wordt echter afgebouwd om de bijdrage
aan de internationale vredesoperatie in Oost-Timor te kunnen vergroten.
Voor wat betreft het buitenlands beleid van de EU, hecht Portugal
traditioneel aan samenwerking met de landen rond de Middellandse
Zee. Portugal onderhoudt goede betrekkingen met deze landen, met
name met Marokko. Binnen overige multilaterale samenwerkingsverbanden,
zoals de NAVO, stuurt Portugal tevens aan op intensivering van de
mediterrane dialoog.
Portugal besteedt in zijn buitenlands beleid bijzondere aandacht
aan zijn voormalige koloniën; financieel vooral aan Kaap-Verdië
en Oost-Timor en politiek aan Angola en Oost-Timor. Portugal is,
tezamen met de VS en Rusland, lid van de vredestrojka voor Angola.
In Oost-Timor neemt Portugal met een groot aantal militairen deel
aan de vredesoperatie en levert een substantiële (financiële)
bijdrage aan de wederopbouw van Oost-Timor.
De banden met een aantal voormalige koloniën (Angola, Brazilië,
Kaapverdië, Guinee-Bissau, Mozambique, Sao Tomé en Príncipe)
werden in juli 1996 te Lissabon geformaliseerd met de oprichting
van de Gemeenschap van Portugeessprekende landen, een zogenaamd
"Lusofoon Gemenebest". Doel is de belangen van de bijna 200 miljoen
Portugees sprekenden te vertegenwoordigen.
Betrekkingen
met Nederland
De betrekkingen tussen Nederland en Portugal zijn goed, maar niet
frequent. Als voorbeeld van deze goede relatie moge dienen dat Nederland
van 1976 (het jaar van de Indonesische annexatie van Oost-Timor)
tot begin 2000 (het jaar waarin beide landen de diplomatieke betrekkingen
normaliseerden) de Portugese consulaire aangelegenheden in Indonesië
heeft behartigd. Daarnaast werd begin 1999 in het kader van de toenadering
tussen Portugal en Indonesië op de Nederlandse ambassade te
Jakarta een Portugese interest-section geopend.
De handel tussen Nederland en Portugal groeit gestaag. De bilaterale
handelsbalans vertoonde in 1998 en 1999 een overschot van fl. 1
miljard respectievelijk fl. 1,9 miljard in het voordeel van Nederland.
Nederland is de laatste jaren de vierde investeerder in Portugal.
Portugal is in 1996 met Nederland een milieu-samenwerkingsprogramma
overeengekomen dat is neergelegd in Memoranda of Understanding (MoU).
De MoU's bestrijken een breed terrein, waaronder water, lucht, inspectie,
ontwikkeling van wetgeving en publieksvoorlichting.
De samenwerking op cultureel gebied is geregeld in het Cultureel
Verdrag Nederland-Portugal. Rotterdam en de Portugese havenstad
Oporto vervullen in 2001 binnen Europa een belangrijke rol op cultureel
gebied. Beide steden zijn namelijk aangewezen als "Culturele Hoofdstad
van Europa 2001".Hoewel de steden de vrijheid hebben om onafhankelijk
van elkaar de culturele hoofdstad in te richten, is een aantal gezamenlijke
activiteiten tot stand gekomen. De Wereldtentoonstelling EXPO '98
in Lissabon bood een goede gelegenheid voor Nederlandse cultuurdragers
zich in Portugal te presenteren. Een aantal dans-, ballet-, muziek-
en theatergroepen trad op. Daarnaast namen enkele tientallen Nederlandse
schepen deel aan de vlootschouw, waaronder een fregat van de Koninklijke
Marine. De Portugese film en literatuur wint in Nederland gestaag
aan belangstelling.
NB: voor cijfers en statistieken
vindt u de meest actuele informatie op www.minbuza.nl
Handige adressen:
Ambassade
Bazarstraat 21
2518 AG Den Haag
tel: (+31) (0)70 363 02 17
Verkeersbureau
Paul Gabrielstraat 70
2596 VG Den Haag
tel: (070) 326 25 25
|