|
Bron: Ministerie
van Buitenlandse Zaken
| Oppervlakte |
301.268 km2 (7,2 x Nederland)
|
| Hoofdstad |
Rome |
| Inwonertal |
57.5 miljoen (1998) |
| Bevolkingsdichtheid |
191 inwoners per km2 (1997) |
| Godsdienst |
Katholiek (90%), overig (10%)
|
| Taal |
Italiaans; Duits is een minderheidstaal
in Trentino-Alto Adige en Frans in Valle d'Aosta; Sloveens in
de regio Trieste-Gorizia. |
| Nationale feestdag(en) |
2 juni (uitroepen republiek, 1946) |
| Klimaat |
Mediterraan klimaat
|
Arbeidsmarkt
|
| Beroepsbevolking per sector |
Landbouw, visserij en bosbouw (2,6%); Industrie
(26,7%); Bouwnijverheid (4,9%); Handel, diensten en overheid
(65,8%) |
| Groeisectoren voor de arbeidsmarkt
|
Textiel en kledingsector, machines,
fijnmetaal |
| Werkloosheid |
12,0% (1998; Noord-Italië
7,2%, Zuid-Italië 21,1%)11,5 (schatting 1999) |
België in
vogelvlucht
Geschiedenis
Staatsinrichting
Hervorming
staatsstructuur
Binnenlandse politiek
Migratie
Mensenrechten
Sociale situatie
Economische situatie
Buitenlands beleid
en veiligheidsbeleid
Betrekkingen met Nederland
Geschiedenis
Met het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw n.Chr.
viel het gebied dat wij nu kennen als Italië uiteen in kleine
koninkrijken. In Midden-Italië was de macht van de Paus een
constante factor. In de 16de eeuw ontstond, mede gevoed door de
Renaissance, het idee van een Italiaanse nationaliteit. In 1861
kwam het Italiaanse koninkrijk tot stand onder leiding van Koning
Victor Emanuel II. Met het vertrek van de Fransen uit het Noorden,
kwam in 1871 onder leiding van Garibaldi Italië in haar huidige
vorm tot stand.
Vergeleken met de rest van Europa begon het Italiaanse staatsvormingsproces
laat. Toen de eenheid eenmaal tot stand gekomen was, stond de weigering
van de Paus om deze nieuwe staat te erkennen een dynamische ontwikkeling
van Italië in de weg. De sociale en economische verschillen
tussen het noorden en zuiden bleven bovendien groot. Wel ontwikkelde
zich een in Rome gecentraliseerd politiek systeem.
Gedurende de aanloop tot de Eerste Wereldoorlog werd Italië
door verdragen verbonden aan Duitsland, maar in 1915 sloot Italië
zich aan bij de geallieerden. Na de Eerste Wereldoorlog groeide
de aanhang van de fascistische beweging van Mussolini. Nadat Mussolini
in 1922 aan de macht was gekomen, ontmantelde hij in de daaropvolgende
jaren het parlementaire systeem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog
koos Mussolini de zijde van Nazi-Duitsland. Nadat Mussolini in 1943
was afgezet, bezetten de Duitsers Italie. In de periode 1943-1945
werd Italië veroverd door de Geallieerden. In 1946 werd per
referendum de monarchie afgeschaft.
Het binnenlands politieke klimaat in Italië is de afgelopen
decennia instabiel geweest; sinds 1945 heeft Italië 58 kabinetten
gekend (inclusief het huidige). De operatie 'Schone Handen' leidde
in het begin van de jaren negentig tot het uiteenvallen van het
traditionele politieke bestel. De levensduur van kabinetten is sindsdien
kort gebleven maar het politieke stelsel met daarin een grote middenpartij
(Democrazia Cristiana) die bijna altijd deel uitmaakt van de regering
is vervangen door een stelsel met een centrum-links (dat ongeveer
acht partijen omvat) en een centrum-rechts blok (waarbij ongeveer
vijf partijen zich hebben aangesloten). Italië behoort tot
de mede-oprichters van de NAVO (1949) en de EEG (1957). In 1955
werd het land lid van de VN.
Staatsinrichting
Het koninkrijk Italië maakte in 1946 plaats voor een democratische
republiek. Aan het hoofd staat een president die voor een periode
van 7 jaar wordt gekozen door een kiescollege, bestaande uit leden
van de 2 kamers van het parlement en uit regionale afgevaardigden.
De president kan niet herkozen worden. Het staatshoofd benoemt de
premier en, na advies van deze, de andere leden van de regering.
Hij heeft bovendien de bevoegdheid het parlement te ontbinden en
nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De uitvoerende macht berust
bij de premier en het kabinet. Naast de regering heeft ook het parlement
wetgevende bevoegdheden.
In 1993 is het kiesstelsel gewijzigd. Van de leden van beide kamers
wordt nu 75% gekozen volgens een districtenstelsel en 25% op basis
van evenredige vertegenwoordiging. Italië is opgedeeld in 20
regio's die weer zijn onderverdeeld in 95 provincies. De regio's
hebben een vrij groot eigen budget en enkele noordelijke regio's
(Val d'Aosta, Trentino-Alto Adige, Friuli-Venezia Giulia) en de
grote eilanden (Sicilië en Sardinië) kennen een grote
mate van autonomie, onder meer op het gebied van gezondheidszorg,
onderwijs, politie, publieke werken, landbouw en toerisme.
Hervorming
staatsstructuur
Tegen de verwachting in is de regering erin geslaagd
de senaat en het parlement achter het voorstel te krijgen om belangrijke
taken af te stoten naar lagere niveaus. Deze verandering, indien
goedgekeurd door middel van een referendum, betekent een verdere
federalisering van de Italiaanse staat. Het referendum zal in de
tweede helft van dit jaar gehouden worden maar mede doordat de centrum-linkse
partijen zich hebben uitgesproken voor decentralisatie en de centrum-rechtse
partijen juist tegen zijn, is de uitkomst onzeker.
Al een aantal jaren wordt geprobeerd het in 1993 ingevoerde kiesstelsel
(75% districtenstelsel, 25% proportioneel). In een referendum dat
op 21 mei 2000, is gehouden werd onder andere voorgesteld het proportionele
gedeelte van het kiesstelsel af te schaffen. Het was de tweede keer
dat de Italianen de mogelijkheid kregen zich over deze kwestie uit
te spreken. In april 1999 werd het quorum (50 procent + 1) niet
gehaald. Toen ging 49,6 procent van de stemgerechtigden naar de
stembus. Bij dit laatste referendum heeft slechts 32 procent van
de kiezers hun stem uitgebracht. Doel van het voorstel was het terugdringen
van het aantal spinterpartijen in de kamer. Vlak voor de ontbinding
van het parlement heeft de regering goedkeuring gekregen voor een
herziening van de structuur van de uitvoerende macht. Het aantal
ministeries zal na de verkiezingen worden teruggebracht tot 12.
Daarnaast zullen 3 tot 7 ministers zonder portefeuille en 10 onderministers
worden benoemd.
Binnenlandse
politiek
Het Italiaanse politieke stelsel werd lange tijd gekenmerkt door
veelvuldige regeringswisselingen en dominantie van de christen-democraten.
In dat laatste is gedurende het afgelopen decennium verandering
gekomen. Het politieke landschap in Italië is gefragmentariseerd
en wordt thans beheerst door twee grote coalities: een centrum-linkse
coalitie onder leiding van Francesco Rutelli, oud-burgemeester van
Rome, en het centrum-rechtse 'Casa della Libertà' dat wordt
geleid door Silvio Berlusconi. De grootste problemen voor Italië
zijn de illegale immigratie, georganiseerde misdaad hoge werkloosheid
in het Zuiden en de scheve verhouding in inkomen en technische ontwikkeling
tussen het Zuiden en het Noorden van het land.
Migratie
De illegale immigratie via Zuid-Italiaanse havens en stranden -
onder meer uit Albanië en Turkije - wordt met name in het Noorden
van Italië gezien als oorzaak van stijgende misdaad. Het is
vooral ook een grensoverstijgend probleem, aangezien landen als
Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland voor veel van deze
migranten als doelland gelden. Alhoewel de Italiaanse regelgeving
- in Schengen-kader - inmiddels op niveau is, bestaan nog lacunes
in de implementatie daarvan langs de uitgestrekte Italiaanse kust.
In april 2000 hebben de Italiaanse en de Albanese regering een akkoord
gesloten over de jaarlijkse toelating van 5000 Albanezen in Italië
(voorheen heeft Italië soortgelijke akkoorden afgesloten met
Tunesië en Marokko).
Mensenrechten
Problemen die zich soms voordoen, liggen op het vlak van politiegeweld
en problemen in het gevangeniswezen. De gevangenissen zijn overvol
en het rechtsproces verloopt traag. Maatschappelijk geweld tegen
vrouwen en discriminatie van immigranten blijft voorkomen. De regering
onderneemt stappen om het geweld tegen vrouwen te bestrijden.
Sociale
situatie
Het verschil in sociaal-economisch opzicht tussen het noorden en
het zuiden (de "Mezzogiorno") van het land is nog altijd aanzienlijk,
ondanks de omvangrijke steun die het zuiden uit EU-fondsen krijgt.
Deze verschillen zijn onder meer terug te vinden in de relatieve
rijkdom van het Noorden en de hoge werkloosheid in het zuiden.
De gezondheidszorg is in principe voor iedereen gelijk. De 20 Italiaanse
regio's zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van het overheidsbeleid,
waardoor het voorzieningenpeil uiteenloopt. De afgelopen jaren is
de publieke bijdrage aan de gezondheidszorg weliswaar omlaag gegaan,
maar de regering is er nog niet in geslaagd de gezondheidszorgsector
te hervormen. De overige publieke bijdragen voor de sociale sector
liggen beneden het EU-gemiddelde. De leerplicht geldt in Italië
voor kinderen van 6 tot 14 jaar, maar de regering werkt momenteel
aan een voorstel om leerplicht in te stellen voor 5 tot 15 jarigen.
De werkloosheid onder pas afgestudeerden is relatief hoog.
De Italiaanse werkloosheid ligt met gemiddeld 12,0% in 1998 boven
het EU-gemiddelde; het zuiden kent echter ruim drie maal zoveel
werklozen (21,1% in 1998) als het noorden (7,2% in 1998). De werkloosheidsuitkeringen
zijn laag, wat vooral in het zuiden tot grote problemen leidt; als
gevolg hiervan bestaat in het zuiden van Italië een florerend
zwart economisch circuit. De regering-Amato geeft speciale aandacht
aan de bevordering van de werkgelegenheid en de economische ontwikkeling
van Zuid-Italië.
Economische
situatie
De groei van het BBP bedroeg in 1999 1,6%; en in 2000 2,9 %. Voor
2001 wordt een groei van 2,4% verwacht. De thans verwachte vertraging
van de economische groei wordt voornamelijk veroorzaakt door een
terugloop in de groei van de wereldeconomie. Dit zal voor een groot
deel gecompenseerd worden door de sterke binnenlandse vraag die
nog verder versterkt zal worden door de groei van de werkgelegenheid
en een verlaging van de belastingen. De privatisering van overheidsbedrijven
die een aantal jaren geleden door de regering in gang is gezet verloopt
traag. De hervormingen van het pensioenstelsel. De vakbonden en
werkgevers verzetten zich tegen al te rigoureuze ingrepen. Slechts
gedeeltelijke ingrepen op het huidige systeem kunnen worden verwacht
waarbij een grotere nadruk zal komen te liggen op particuliere pensioensverzekeringen.
Buitenlands
beleid en veiligheidsbeleid
Met het wegvallen in 1989 van de vanzelfsprekende machtsverhoudingen
van de Koude Oorlog, is het voor Italië in eigen ogen noodzakelijker
dan ooit om waar te maken dat het land de status van 'grotere mogendheid'
(het meest pregnant tot uiting komend in de G7/G8participatie) terecht
toekomt. Rome acht alleen al daarom een activistischer opstelling
noodzakelijk.
Zo is sprake van een verhoogde uitwisseling van bezoeken met landen
in Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied en Azië.
Ook de Italiaanse opstelling met betrekking tot de uitbreiding van
de VN-Veiligheidsraad toont de buitenlandspolitieke ambities van
het land (Italië is voorstander van uitbreiding van de Veiligheidsraad
op basis van mondiale geografische spreiding. Uitbreiding met alleen
Duitsland en Japan heeft niet de instemming van Italië. In
plaats van enkele grote lidstaten zou de EU in de Veiligheidsraad
vertegenwoordigd moeten zijn).
Zeker ook in de eigen regio ziet Italië een leidinggevende
rol voor zich weggelegd, mede vanwege de instabiliteit van de nabije
Balkan. Italië toont zich derhalve actief in het kader van
het Stabiliteitspact en van de Contactgroep inzake ex-Joegoslavië,
als 'lead nation' in de militaire operatie inzake Albanië,
en als hoeder van een van de militaire sectoren in Kosovo. Ook vervulde
Italië een belangrijke ondersteunende functie in het kader
van de luchtoperaties van de NAVO in Bosnië-Herzegovina en
boven Kosovo (stationering onder meer van een Nederlands squadron
F-16 vliegtuigen). Daarnaast is Italië een pleitbezorger van
het 'EU-Barcelona-proces' dat tot doel heeft de stabiliteit en veiligheid
in de gehele Middellandse-Zee-regio te bevorderen.
Betrekkingen
met Nederland
De Nederlands-Italiaanse betrekkingen zijn zonder problemen. Wel
vormt de illegale XTC invoer vanuit Nederland soms reden tot Italiaanse
zorg. De culturele betrekkingen, sinds 1951 gebaseerd op een
Cultureel Verdrag, verlopen voorspoedig, overwegend via niet-gouvernementele
kanalen.
In Italië verblijven permanent circa 20.000 Nederlanders. Italië
is Nederlands vijfde handelspartner, zowel wat betreft export als
import. Nederland en Italië hebben afgesproken om de bilaterale
betrekkingen de komende jaren te intensiveren.
NB: voor cijfers en statistieken vindt u de meest actuele informatie
op www.minbuza.nl
Handige adressen:
Ambassade
Alexanderstraat 12
2514 JL Den Haag
tel: +31 (0)70 302 10 30
ENIT - Nationaal Italiaans Verkeersbureau - Delegatie Amsterdam
Stadhouderskade 2
1054 ES Amsterdam
tel. +31 (0)20 616 82 44 - fax. +31 (0)20 618 85 15
www.enit.it
|