Je moet er immers toch voor betalen. Vrouwen hebben veel slechtere pensioenverwachtingen dan mannen, en daar zijn duidelijke oorzaken voor. Het pensioen van vrijgezellen verdient ook speciale aandacht.
Het waarom en de antwoorden.
Als je net begint met werken, denk je nog niet direct aan je pensioen. En dat is logisch, je pensioen gaat toch pas in als je 65 bent, dus waarom zou je je er druk over maken! Toch is het zinvol stil te staan bij dit onderwerp.
De keuzes die je nu maakt (of kunt maken) zijn immers wel degelijk van invloed op je latere leven. En je moet er tóch voor betalen, of je wilt of niet. Als je werkt, draag je meestal maandelijks een deel van je salaris af aan een pensioenregeling. Vanaf je 65-ste volgt er uit deze regeling een uitkering. Samen met de AOW (een uitkering van de Staat) dient dit neer te komen op ongeveer 70 procent van je laatst verdiende of gemiddelde salaris.
Herintreden
Vrouwen hebben veel slechtere pensioenverwachtingen dan mannen. Dit blijkt uit een studie uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam. Ruim één op de vijf vrouwen verwacht vanaf 65 jaar uitsluitend van de AOW te moeten rondkomen. Bij mannen is dit slechts één op de tien. Van de werkende vrouwen denkt maar een kwart na hun 65-ste over voldoende pensioen te beschikken. Bij mannen de helft. Er zijn twee hoofdoorzaken voor deze situatie
Over de jaren waarin men niet werkt, is er ook geen sprake van pensioenopbouw. Daarnaast krijgen vrouwen die herintreden vaak een lagere inschaling qua salaris omdat ze jaren werkervaring missen. Ook dit werkt negatief voor de opbouw van het pensioen. Een eventueel pensioentekort kun je dichten met een lijfrenteverzekering of een eenmalige koopsomstorting. Hier zijn wel fiscale spelregels aan verbonden.
Verder loopbaanadvies over het wel en wee van je carriere vind je op StepStone. Op zoek naar werk? Kijk dan in de vacaturebank van StepStone voor bijvoorbeeld vacatures in Amsterdam of werk in Rotterdam.
En als vrijgezel?
Veel pensioenregelingen bevatten twee soorten uitkeringen: (1) aan de nabestaanden indien je komt te overlijden en (2) aan jezelf als oudedagsvoorziening nadat je met werken bent gestopt. Voor beide soorten uitkeringen worden premies afgedragen. Wat nu, als je helemaal geen partner of minderjarige kinderen hebt? De kans is dan groot dat jij en je werkgever premies afdragen voor een uitkering die nooit zal plaatsvinden. Maar de werkgever mag de premie niet verlagen onder het motto dat dit risico niet verzekerd hoeft te worden.
Dit beschouwt men als discriminerend tussen werknemers die wel en die niet een partner hebben. De oplossing die de wetgever heeft bedacht is eenvoudig, maar je moet er wel zelf even aan denken. Zijn er geen nabestaanden, dan mag je de premie die eigenlijk bedoeld was voor het nabestaandenpensioen gebruiken voor je eigen ouderdomspensioen. Je ontvangt dan een hoger ouderdomspensioen. Je moet het maar weten!
Ruim één op de vijf vrouwen verwacht vanaf 65 jaar uitsluitend van de AOW te moeten rondkomen. De oplossing die de wetgever heeft bedacht is eenvoudig, maar je moet er wel zelf even aan denken.
Tekst: Career&Co
Reacties: redactie@career-co.net