"Hou tijdens uw presentatie rekening met uw publiek."
Bij een presentatie draait het aan de ene kant om algemene principes en anderzijds om het presentatietraject. In dit artikel word een kleine presentatie training gegeven met enkele tips en trucs.
Bij het spreken gaat het er in hoofdzaak om dat het publiek de informatie kan verwerken. Dit houdt in dat u zowel hoorbaar als zichtbaar moet zijn.
Bij een presentatie krijgt uw publiek een behoorlijke hoeveelheid informatie over zich heen. Het is een hele opgave om voor de volle 100 procent geconcentreerd te blijven luisteren. Dit kan ten koste van de inhoud van uw verhaal gaan. Om dat te voorkomen kunt u het volgende in gedachten houden:
Grofweg bestaat een presentatie uit de volgende fases: voorbereiding, onderwerp, structuur, taalgebruik en de uiteindelijke presentatie.
Bekijk onder welke omstandigheden u presenteert. Denk hierbij aan:
de zaal (licht of donker i.v.m. overheadprojectie), de apparatuur, de opstelling (rijen of carré), het soort publiek (voorkennis, verwachting), spreektijd, vorm (discussie of alleen voordracht); formuleer duidelijk uw doel met de presentatie.
Verzamel relevante informatie over het betreffende onderwerp nadat u onderwerp en doel duidelijk heeft geformuleerd. Zorg dat u veel meer van het onderwerp afweet dan u gaat vertellen; u moet allerlei vragen kunnen beantwoorden en met voorbeelden en extra informatie discussies aan kunnen gaan.
Probeer goed in te schatten wat de voorkennis van het publiek is, wat hebben zij al kunnen lezen of wat hebben ze gezien over het onderwerp.
Formuleer de kern van de presentatie duidelijk voor uw publiek.
Deel uw presentatie logisch in en denk na over een geschikte inleiding (desnoods een actuele anekdote) en een passend slot (conclusie of discussiepunt). Herhaal belangrijke punten en verwijs tussentijds naar de structuur en geef aan waar u bent en wat er nog gaat komen.
Spreken in het openbaar verschilt duidelijk van een normaal gesprek:
Praat rustig en las pauzes in om het publiek de kans te geven uw verhaal te blijven volgen; Vermijd vakjargon én stopwoordjes (oefen uzelf hierin).
Schrijf een presentatie liever niet helemaal uit. Schrijftaal is geen spreektaal. Lees uw verhaal niet voor waardoor het tempo vaak te hoog ligt en de structuur te ingewikkeld wordt en het publiek zowel de aandacht als het overzicht verliest.
Maak een schema met kernbegrippen of steekwoorden dat als geheugensteuntje dient.
Maak gebruik van audiovisuele hulpmiddelen: beamer, whiteboard, flap-over of overheadsheets. Schrijf daar niet teveel op, gebruik een duidelijk lettertype, gebruik niet teveel sheets, ga niet voor de sheets staan, verduister de zaal niet volledig, test het vooraf.
Las een periode aan het eind in waarin vragen kunnen worden gesteld of zet een stelling op het bord of een sheet om de discussie te stimuleren.
Door gebaren, expressie, gelaatsuitdrukking en toonhoogte geeft u (onbewust) een extra dimensie aan hetgeen u zegt. Ook bij het zoeken naar vacatures en het solliciteren wordt hier een sterke aandacht aan geschonken.
Bron: UvA - Communicatiewetenschap en Bodycom