Baan Zoeken

(functie, trefwoorden of bedrijf)
(stad, provincie of postcode)
(optioneel)

Werken in België

 

Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken

Oppervlakte 30.514 km2 (0,9 x Nederland)
Hoofdstad Brussel
Inwonertal 10,2 miljoen (1998)
Bevolkingsdichtheid 334 inwoners per km2 (1998)
Godsdienst Katholiek 75%, Moslim 2,5%, Protestants 1%
Taal Nederlands(56%), Frans(32%), Duits(1%)
Nationale feestdag(en) 21 juli (Onafhankelijkheidsdag)
Klimaat Gematigd klimaat

Arbeidsmarkt

Beroepsbevolking per sector Landbouw en visserij 2%, industrie 25%, diensten 73% (1999 est.)
Groeisectoren voor de arbeidsmarkt Chemische industrie, voedselverwerking en diensten
Werkloosheid 11,7% (1999),10,9% (2000)

 

GeschiedenisBelgië

Tijdens de Middeleeuwen en de Renaissance was Vlaanderen sociaal en economisch één van de welvarendste gebieden in Europa. Nadat de noordelijke Nederlanden zich in de 16e eeuw onder Willem de Zwijger losmaakten van de Spaanse overheersing, trad voor Vlaanderen een periode in van economisch verval. Het gebied dat overeenkomt met het huidige België werd tijdens de 17e eeuw bestuurd door de Spanjaarden en vervolgens tot vroeg in de 19e eeuw door de Oostenrijkers. Van 1815 tot 1830 was het een deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Bij de oprichting van de Belgische staat in 1830 was de Belgische Grondwet het product van een overwegend Franstalige burgerij; Frans was dan ook de enige officiële taal. Eerst met de "Gelijkheidswet" van 1898 werd het Nederlands als officiële taal naast het Frans erkend. In de 19e eeuw maakte het Waalse deel van België een periode door van sterke economische groei. Door de steenkoolwinning in het gebied en een uitgebreide metaalindustrie was Wallonië, na het Verenigd Koninkrijk, het sterkst geïndustrialiseerde gebied in Europa.

Tijdens de beide Wereldoorlogen werd België zwaar getroffen. In de Eerste Wereldoorlog werden vele veldslagen op Belgisch grondgebied uitgevochten en werd een groot deel van het land bezet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd heel België bezet.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam, onder druk van toenemende spanning tussen het Nederlandssprekende en Franssprekende deel van de Belgische bevolking, een proces op gang van decentralisatie en devolutie, in 1993 resulterend in de huidige federale staatsstructuur van België.

 

 

Staatsinrichting
De naoorlogse druk tot decentralisatie leidde tot vijf opeenvolgende staatshervormingen (1970, 1980, 1988, 1993 en 2001), waarmee de Belgische eenheidsstaat werd omgevormd tot een federale staat. België is ingedeeld in vier taalgebieden (het Nederlandse, Franse, Duitse en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad), drie gemeenschappen (de Nederlandse, Franse en Duitse) en drie gewesten (Vlaams, Waals en Brussels). De drie gewesten ontlenen hun naam aan het grondgebied waarvoor ze bevoegd zijn (Vlaamse gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals gewest). De taalgebieden definiëren of Nederlands, Duits dan wel Frans de officiële taal is in het betrokken gebied. De gewesten en gemeenschappen beschikken elk over een wetgevend orgaan (de Raad of het Parlement) en een uitvoerend orgaan (de Regering). De gemeenschappen hebben zeggenschap op persoonsgebonden materie als cultuur en onderwijs. De gewesten zijn autonoom op grondgebonden materie zoals milieu, economie, buitenlandse handel, openbare werken en verkeer. In Vlaanderen zijn de gemeenschaps- en gewestraad samengevoegd tot één Vlaams Parlement.

De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Koning (de regering), de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat en bestrijkt: buitenlandse zaken, defensie, justitie, sociale zekerheid en binnenlandse veiligheid en ten dele vervoer en telecommunicatie. In de grondwet is het principe vastgelegd van juridische evenwaardigheid van de federale, gewestelijke en gemeenschappelijke wetgeving. Er is dus geen sprake van ondergeschiktheid van Gewesten en Gemeenschappen aan Federale wetgeving. Geschillen over bevoegdheidsverdelingen kunnen worden voorgelegd aan het Arbitragehof. De regering is, in overeenstemming met de grondwet, paritair samengesteld, m.a.w. zij omvat evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers (thans zeven elk) met momenteel als 15e persoon een Nederlandstalige Premier.

 

 

Binnenlandse politiek
De Belgische binnenlandse politiek wordt vanouds gedomineerd door drie politieke groeperingen: de christen-democraten, de socialisten en de liberalen, die in wisselende coalities België regeren. Sinds de jaren '70 zijn deze drie groeperingen opgesplitst in regionale partijen. Deze opsplitsing heeft de regeringsvorming op federaal niveau aanzienlijk gecompliceerd, aangezien daarmee het aantal partijen dat overeenstemming moet bereiken de facto is verdubbeld.

De parlementaire verkiezingen van juli 1999 brachten een grote verschuiving teweeg in het Belgische politieke landschap. Nadat de Belgische politiek in de jaren '90 al was geplaagd door een aantal schandalen (de moord op voormalig PS-leider en vice-premier André Cools, het Agusta-Dassault omkopingsschandaal, de Dutroux affaire), was de verontreiniging van veevoeder met dioxine, kort voor de verkiezingen, voor de Belgische kiezer een schandaal teveel. Met name de christen-democraten van premier Dehaene, en in mindere mate de socialisten, moesten hiervoor de prijs betalen. Grote verkiezingswinnaars waren de groenen en de liberalen. De nieuwe regering werd dan ook gevormd uit een coalitie van liberalen, socialisten en groenen. Voor de eerste keer sinds 1958 belandde de christen-democraten in de oppositie.

Premier Verhofstadt heeft aangegeven dat de overheid opnieuw dienstverlenend en ondersteunend moet worden. Concreet noemde hij daarbij als aandachtspunten: beter toezicht op de voedselketen, een herstel van de rechtstaat en de uitbouw van een actieve welvaartsstaat gericht op werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling.

Er bestaan echter ook een aantal principiële meningsverschillen tussen de coalitiepartijen op het vlak van o.a. asielzoekers, buitenlands beleid en ecologische versus economische belangen waarvoor de regering oplossingen zal moeten vinden.

Het aantreden van de nieuwe regeringen is gepaard gegaan met een zekere ontspanning in de communautaire verhoudingen. In het regeerakkoord is opgenomen dat opnieuw, beperkte, staatshervormingen zullen worden doorgevoerd. Op 29 juni 2001 keurde de Belgische kamer van Volksvertegenwoordigers en Senaat het Lambermontakkoord over de vijfde staatshervorming sinds 1970 goed. Grofweg komt het akkoord neer op meer geld voor het Franstalig onderwijs in ruil voor de overheveling van bevoegdheden op het gebied van de organisatie van het binnenlands bestuur, landbouwbeleid, buitenlandse handel, de controle van de regionale verkiezingen en ontwikkelingssamenwerking naar de deelstaten. De staatshervormingen worden op 1 januari 2002 van kracht. Ontwikkelingssamenwerking wordt pas op 1 januari 2004 gedeeltelijk naar de gewesten en gemeenschappen overgeheveld.

 

 

Mensenrechten België
heeft alle mensenrechtenverdragen van de VN geratificeerd en de Belgische overheid respecteert de mensenrechten. Tegen incidentele schendingen wordt effectief opgetreden, hoewel in sommige gevallen kritiek is geuit op het gebrek aan transparantie bij met name de vervolging van politiegeweld.

De regering heeft recentelijk wetgeving aangenomen ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, en n.a.v. de dood van een Nigeriaanse asielzoekster in 1999 een commissie opgericht die toezicht zal houden op de behandeling van asielzoekers in opvangcentra en bij uitzetting. N.a.v. de zaak Dutroux is een hervorming van het justitieel apparaat in gang gezet die o.a. tot doel heeft de onafhankelijkheid van de rechtspraak te versterken.

Sinds 1993 bestaat in België de zogenaamde genocidewet, op basis waarvan justitie buitenlanders kan vervolgen wegens oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. Tot nu toe benutten organisaties en nabestaanden de wet voor procedures tegen onder andere de voormalige Chileense dictator Pinochet, oud-minister Yerodia van Buitenlandse Zaken in Congo en de huidige president van Iran Rafsanjani en de Israelische premier Sharon. Minister Michel van Buitenlandse Zaken wil voorkomen dat de wet te willekeurig wordt toegepast en er wordt nagegaan of de reikwijdte van de wet kan worden beperkt.

 

 

Sociale situatie
In de 19e eeuw was het geïndustrialiseerde Wallonië aanzienlijk welvarender dan het agrarische Vlaanderen, maar met de teloorgang van de traditionele zware industrie in de twintigste eeuw wijzigde deze verhouding zich geleidelijk. Door sluitingen en inkrimping in o.a. de kolen- en staalsector in de afgelopen decennia steeg de werkloosheid in Wallonië aanzienlijk. Tegelijkertijd zorgde de ontwikkeling van de dienstensector en moderne lichte industrie en de investeringen van een aantal grote multinationals in Vlaanderen voor een economische bloei. Zo behoort het gemiddeld inkomen per capita in Vlaanderen thans tot de hoogste in Europa (+20% boven het gemiddelde) terwijl Wallonië 10% onder het Europees gemiddelde blijft. Deze tweedeling openbaart zich ook in werkloosheid. In de voorbije 15 jaar halveerde de Vlaamse werkloosheid, de Waalse kende een quasi-stagnatie.

België beschikt over een uitgebreid en efficiënt stelsel van sociale zekerheid.

 

 

Economische situatie
Met de toelating tot de 'kopgroep' van de EMU werd de belangrijkste doelstelling gehaald van de economische politiek van de regering-Dehaene.

Premier Verhofstadt stelde bij de presentatie van de begroting voor het jaar 2000 dat het nakomen van de Europese verplichtingen een van de hoofddoelstellingen is van het economisch beleid. De regering streeft naar begrotingsevenwicht in 2002.

Het economische beleid van de nieuwe regering richt zich op het terugdringen van de belastingdruk voor bedrijven naar het gemiddelde van de omringende landen. Daartoe is o.a. een extra verlaging van de werkgeversbijdragen aangekondigd van 50 miljard BF (waarvan 18 miljard BF reeds door de vorige regering was toegezegd).

Daarnaast is een verhoging aangekondigd van de laagste pensioenen, de minimumlonen en het budget van de ziekteverzekering. Tenslotte zullen extra middelen beschikbaar worden gesteld voor openbaar vervoer en voor de hervorming van gerecht en justitie.

Hoewel de dioxinecrisis ernstige gevolgen had voor de Belgische export en daarmee voor de economische groeicijfers voor 1999, heeft de economie hier geen blijvende schade van ondervonden. De werkloosheid blijft een belangrijk probleem, hoewel er sprake is van een lichte daling. Volgens de geharmoniseerde Europese definitie bedroeg de werkloosheid in 2000 10,9% tegen 11,7% in 1999.

Europees Commissaris Solbes heeft in maart 2001 aangegeven dat België succesvol is geweest met de begrotingsconsolidatie. In 2000 is begrotingsevenwicht bereikt maar de overheidsschuld is nog relatief hoog. De Belgische overheidsfinanciën zijn twee jaar eerder in evenwicht dan voorzien.

Door middel van een nieuwe organisatiestructuur, splitsing van deelactiviteiten en overname van bedrijven proberen de Belgisch posterijen zich gereed te maken voor de liberalisering in 2003. In 2003 worden de postdiensten in de Europese Unie verder geliberaliseerd. De toekomst van de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena ziet er momenteel slecht uit. Sabena boekte in 2000 een netto-tekort van 325 miljoen Euro op een omzet van 2,44 miljard Euro. Met behulp van Swissair wordt getracht, Sabena weer gezond te maken (o.a. door personeel te verminderen, onrendabele lijnen af te stoten en kleinere typen vliegtuigen in te zetten).

 

 

Buitenlands beleid en veiligheidsbeleid
België heeft zich de afgelopen decennia steeds een warm voorstander betoond van Europese samenwerking en integratie, hetgeen niet verwonderlijk is gezien de grote schade die België deze eeuw ondervond tijdens de beide Wereldoorlogen. België was een van de oprichters van de voorloper van de huidige Europese Unie, en Brussel huist vele Europese instellingen, waaronder de Europese Commissie en het Europees Parlement.

In december 1999 presenteerde minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel zijn nota Buitenlands Beleid. Twee prioriteiten kwamen hier duidelijk uit naar voren: de Europese Unie en Afrika.

Ten aanzien van de Europese Unie gaf minister Michel aan de federale beleidslijnen op het Europese vlak te willen voortzetten. Concreet gaf hij aan zich daarbij te willen richten op o.a. werkgelegenheid, het opstellen van gemeenschappelijke sociale normen en het opnemen van milieu-eisen in alle beleidsdomeinen.

Na de traumatische Belgische ervaringen in 1994 in Ruanda, waar een aantal Belgische militairen om het leven kwam, heeft de vorige Belgische regering grote terughoudendheid betracht in haar Afrika-beleid. Minister Michel wil daarentegen Afrika, en Centraal-Afrika in het bijzonder, tot een van de speerpunten van zijn beleid maken. België wil in Centraal-Afrika komen tot een meer coherente politiek met als algemene doelstelling: bijdragen tot structurele stabiliteit als basis voor duurzame vrede en ontwikkeling.

België is als voormalige koloniale macht in de regio een van de belangrijkste donorlanden.

Het veiligheidsbeleid is ook na de staatshervorming van 1993 een competentie van de federale regering gebleven. Buitenlandse handel is een bevoegdheid van de Gewesten geworden. De voormalig "Belgische" handelsattachés zijn sindsdien Vlaamse, Waalse of Brusselse vertegenwoordigers. De Belgische ambassade in Den Haag beschikt over een attaché van de Vlaamse Gemeenschap en een attaché van de Franse Gemeenschap.

De Vlaamse attaché is sinds 1999 gevestigd in een eigen Vlaamse vertegenwoordiging te Den Haag.

 

 

Betrekkingen met de EU
De bilaterale betrekkingen tussen Nederland en België zijn uitstekend en bestrijken een zeer breed spectrum van politieke consultaties op hoog niveau en intensieve samenwerking binnen multilaterale organisaties als de EU en NAVO, tot de praktische grensoverschrijdende samenwerking op lokaal niveau. Voor wat betreft het federaal niveau kennen Nederland en België bijvoorbeeld een zeer intensieve militaire samenwerking ten aanzien van alle drie de krijgsmachtdelen, met name de Marine. Daarnaast is er sprake van economisch samenwerking, met name op het gebied van belastingen, douane en accijnzen. Na de Tweede Wereldoorlog richtten Nederland, België en Luxemburg de Benelux op, die in de daaropvolgende decennia de betrekkingen tussen de drie landen in belangrijke mate vorm gaf.

Sinds de jaren zeventig zijn de verworvenheden van de Benelux geleidelijk opgenomen in de Europese Gemeenschap en vervolgens de Europese Unie, zodat de invulling van de Benelux gaandeweg van karakter is veranderd en zich thans met name richt op de grensoverschrijdende samenwerking tussen de drie landen. Ook houden de Minister-Presidenten en de ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux voorafgaand aan de Europese en Algemene Raden van de EU een voorbereidend afstemmingsoverleg. Waar de drie landen een visie delen op de ontwikkelingen binnen de EU, leidt dit overleg in sommige gevallen tot een gezamenlijk initiatief. Voorbeeld van een dergelijk initiatief is het Benelux memorandum over de Toekomst van de Europese Unie. Terwijl de betrekkingen met de federale Belgische overheid onverminderd belangrijk blijven, zijn de betrekkingen met de Gewesten en Gemeenschappen in de jaren '90 uitgebreid. De Ministers van Buitenlandse Zaken van Nederland en België streven ernaar om, naast de vele ontmoetingen in bijvoorbeeld EU-kader, elkaar jaarlijks te ontmoeten voor bilaterale consultaties. Daarnaast bezoekt de Nederlandse Minister-President zijn Vlaamse en Waalse collega's eveneens jaarlijks.

Over onderwerpen die tot de bevoegdheden van Gewesten of Gemeenschappen behoren, wordt rechtstreeks met hen onderhandeld. Een voorbeeld hiervan zijn de betrekkingen op het gebied van water, infrastructuur en transport, waarbinnen veelvuldige contacten worden onderhouden tussen Nederlandse en Belgische Gewestelijke ministeries over onderwerpen als de Maas- en Schelde-verdragen, de HSL en de IJzeren Rijn.

Met Vlaanderen is in 1995 een cultureel verdrag gesloten, dat in maart 1997 van kracht is geworden. De bijbehorende Commissie Vlaanderen-Nederland (CVN) alsmede de Nederlandse Taalunie (NTU) zorgen ervoor dat Vlaanderen en Nederland zich ontwikkelen tot een culturele ruimte waarbinnen de culturele uitwisseling plaatsvindt. Met België vinden er uitwisselingen op veldniveau plaats. Theater, film, muziek en ook op het gebied van de literatuur zijn er regelmatig uitwisselingen tussen oa scholen en leerkrachten.

In het kader van de intensivering van de bilaterale betrekkingen tussen België en Nederland vond op 21 november 2000 de Belgisch-Nederlandse Conferentie (BNC) plaats, waarbij de bilaterale betrekkingen in het licht van de Belgische staatshervorming centraal stonden.

Aan de conferentie namen circa 250 vertegenwoordigers van de overheid, wetenschap, bedrijfsleven, belangengroeperingen en media deel. De volgende BNC zal in de eerste helft van 2002 in Charleroi plaatsvinden. De kennismaatschappij zal het centrale thema van deze conferentie zijn. De Belgisch Nederlandse Conferentie heeft ook een eigen internetsite: www.bnc-cbn.net

 

 

Betrekkingen met Nederland
De bilaterale betrekkingen tussen Nederland en België zijn uitstekend en bestrijken een zeer breed spectrum van politieke consultaties op hoog niveau en intensieve samenwerking binnen multilaterale organisaties als de EU en NAVO, tot de praktische grensoverschrijdende samenwerking op lokaal niveau. Voor wat betreft het federaal niveau kennen Nederland en België bijvoorbeeld een zeer intensieve militaire samenwerking ten aanzien van alle drie de krijgsmachtdelen, met name de Marine. Daarnaast is er sprake van economisch samenwerking, met name op het gebied van belastingen, douane en accijnzen. Na de Tweede Wereldoorlog richtten Nederland, België en Luxemburg de Benelux op, die in de daaropvolgende decennia de betrekkingen tussen de drie landen in belangrijke mate vorm gaf. Sinds de jaren zeventig zijn de verworvenheden van de Benelux geleidelijk opgenomen in de Europese Gemeenschap en vervolgens de Europese Unie, zodat de invulling van de Benelux gaandeweg van karakter is veranderd en zich thans met name richt op de grensoverschrijdende samenwerking tussen de drie landen. Ook houden de Minister-Presidenten en de ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux voorafgaand aan de Europese en Algemene Raden van de EU een voorbereidend afstemmingsoverleg. Waar de drie landen een visie delen op de ontwikkelingen binnen de EU, leidt dit overleg in sommige gevallen tot een gezamenlijk initiatief. Voorbeeld van een dergelijk initiatief is het Benelux memorandum over de Toekomst van de Europese Unie. Terwijl de betrekkingen met de federale Belgische overheid onverminderd belangrijk blijven, zijn de betrekkingen met de Gewesten en Gemeenschappen in de jaren '90 uitgebreid. De Ministers van Buitenlandse Zaken van Nederland en België streven ernaar om, naast de vele ontmoetingen in bijvoorbeeld EU-kader, elkaar jaarlijks te ontmoeten voor bilaterale consultaties. Daarnaast bezoekt de Nederlandse Minister-President zijn Vlaamse en Waalse collega's eveneens jaarlijks.

Over onderwerpen die tot de bevoegdheden van Gewesten of Gemeenschappen behoren, wordt rechtstreeks met hen onderhandeld. Een voorbeeld hiervan zijn de betrekkingen op het gebied van water, infrastructuur en transport, waarbinnen veelvuldige contacten worden onderhouden tussen Nederlandse en Belgische Gewestelijke ministeries over onderwerpen als de Maas- en Schelde-verdragen, de HSL en de IJzeren Rijn.

Met Vlaanderen is in 1995 een cultureel verdrag gesloten, dat in maart 1997 van kracht is geworden. De bijbehorende Commissie Vlaanderen-Nederland (CVN) alsmede de Nederlandse Taalunie (NTU) zorgen ervoor dat Vlaanderen en Nederland zich ontwikkelen tot een culturele ruimte waarbinnen de culturele uitwisseling plaatsvindt. Met België vinden er uitwisselingen op veldniveau plaats. Theater, film, muziek en ook op het gebied van de literatuur zijn er regelmatig uitwisselingen tussen o.a. scholen en leerkrachten.

In het kader van de intensivering van de bilaterale betrekkingen tussen België en Nederland vond op 21 november 2000 de Belgisch-Nederlandse Conferentie (BNC) plaats, waarbij de bilaterale betrekkingen in het licht van de Belgische staatshervorming centraal stonden.

Aan de conferentie namen circa 250 vertegenwoordigers van de overheid, wetenschap, bedrijfsleven, belangengroeperingen en media deel. De volgende BNC zal in de eerste helft van 2002 in Charleroi plaatsvinden. De kennismaatschappij zal het centrale thema van deze conferentie zijn. De Belgisch Nederlandse Conferentie heeft ook een eigen internetsite: www. bnc-cbn.net NB: voor cijfers en statistieken vindt u de meest actuele informatie op www.minbuza.nl

 

Handige adressen:

 

Ambassade
Lange Vijverberg 12
2513 AC Den Haag
tel +31 (0)70 312 34 56
www.diplobel.org/netherlands/

 

Kamer van Koophandel
België en Luxemburg Kamer van Koophandel
Bezuidenhoutseweg 181
2594 AH Den Haag
tel: (070) 347 91 61 fax: (070) 347 79 75

 

Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel voor Nederland
Groenmarkt 17,
3311BD Dordrecht
tel: (078) 635 19 90
fax: (078) 635 29 23

 

 

 

Onze Channels


 | Beveiliging  | Over StepStone  | Selecteer taal: NL EN